WEB_sRGB20190508_Ruimtevolk_070.jpg
De handleiding

In 6 stappen naar passend wonen!

Op dit moment staan we in de file. Het grote tekort aan woningen heeft geleid tot een opstopping op de woningmarkt, met enorme huur- en koopprijzen en niet passend wonen. Voorheen waren deze problemen alleen zichtbaar in de Randstad, maar zijn tegenwoordig overal in Nederland merkbaar. Door middel van een Urban Living Lab methode zijn wij op zoek gegaan naar oplossingen voor de geringe doorstroming op de woningmarkt. Het grotere doel achter RUIMTELAB is het creëren van een inclusieve woningmarkt met een passende woning voor elke inwoner van Nederland. Om dit doel te realiseren, presenteren wij een handleiding voor u, beleidsmakers van gemeenten, om doorstroming op de woningmarkt te verbeteren. De handleiding die voor u ligt bestaat uit 6 heldere stappen die u als gemeente kan volgen om de file op de woningmarkt tegen te gaan. 

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

Stap 5

Stap 6

Leer uw inwoners nog beter kennen 

Deze stap staat in het teken van het verzamelen van bewonersinformatie. Het is belangrijk om naast de huishoudsamenstelling en woonsituatie, ook onderzoek te doen naar aspecten als leefstijlen en woonvoorkeuren. 

Opstellen van woonprofielen 

Stel op basis van deze informatie woonprofielen op. De bewoners en bijbehorende woonkenmerken kunnen per gemeente sterk verschillen, daarom adviseren wij om per gemeente woonprofielen op te stellen. 

Invullen en ontwerpen van instrumenten 

Inventariseer als gemeente welke instrumenten bij de woonprofielen passen en vul deze samen met de bewoners per woonprofiel aan tijdens co-creatiesessies. 

Aanvullen van de instrumentenkoffer  

Vul de instrumentenkoffer aan met de passende instrumenten die per woonprofiel uit deze sessies zijn voortgekomen. 

Visualiseer de ruimtelijke spreiding 

Bepaal de ruimtelijke spreiding per woonprofiel. Zo kan per wijk worden gekeken welke woonprofielen willen doorstromen en welke instrumenten nodig zijn om dit te stimuleren. 

Kies uw instrumenten 

Kies de instrumenten. In deze laatste stap worden de instrumenten gekozen die op de locatie moeten worden toegepast. 

 
 

Om als gemeente goed inzicht te krijgen in de wensen en behoeften van de bewoners, raden wij aan om verder te kijken dan de standaard bewonerscategorisering. Nu worden woonbehoefteonderzoeken van de gemeente vaak uitgevoerd op basis van achterhaalde structuren, zoals starters, doorstromers en senioren. Binnen deze huidige structuren zijn echter grote verschillen als het gaat om woonbehoeftes en verhuisgeneigdheid. Elke gemeente heeft haar eigen unieke kenmerken en bewoners, daarom is het belangrijk om bij het kijken naar doorstroming aspecten als leefstijl en woonvoorkeuren mee te nemen. Deze aspecten kunnen een grote rol spelen bij het wel of niet doorstromen van huishoudens.  

 

De gegevens van de bewoners worden verzameld door middel van een enquête. Bij het ontwerpen van de enquêtevragen raden wij aan om bewonersinformatie te verzamelen op basis van de volgende vier aspecten: 

  

  1. Huishoudenskenmerken;      

  1. Leefstijlen; 

  1. Woonsituatie; 

  1. Woonvoorkeuren. 

  

1.1 Huishoudenskenmerken 

Vragen over huishoudenskenmerken zijn van belang om verschillende doelgroepen te kunnen onderscheiden. Hierbij moet worden gedacht aan demografische kenmerken, zoals leeftijd, en gezinssituatie, maar ook aan sociaaleconomische aspecten als inkomen en woonlasten. 

1.2 Leefstijlen 

Om het gedrag van bewoners te begrijpen en in kaart te brengen, is het belangrijk om vragen te wijden aan de ‘leefstijl’ van de bewoners. Er zijn meerdere methodes om dit te kunnen doen, bijvoorbeeld met het DISC-model of de Mentality-test van Motivaction. Het is bij de keuze van de leefstijlmethode belangrijk dat bij de test de volgende twee dimensies worden behandeld: 

(1) Het sociologisch aspect; hoe verhoudt iemand zich tot de ander: individu-gericht versus groepsgericht.  

(2) Het psychologisch aspect; in welke mate stelt men zich open naar de ander: introvert versus extravert. 

1.3 Woonsituatie 

Om inzicht te krijgen in de huidige woonsituatie van bewoners, is het belangrijk de volgende aspecten te bevragen: 

  • Kenmerken van de woning (woningtypologie, grootte, bouwjaar, toegankelijkheid) 

  • Tevredenheid over de woning  

  • Kenmerken van de wijk (voorzieningen, veiligheid, bereikbaarheid) 

  • Tevredenheid over de wijk 

  • Verhuisintentie 

  

1.4 Woonvoorkeuren 

Tot slot is het van belang om vragen te stellen over de woonvoorkeuren van de bewoners. Dit betreffen voorkeursvragen over de woning en woonomgeving waarin zij graag zouden willen wonen, zoals het soort woning, eigendomsvorm, het type buurt en wijkvoorzieningen.  

Stap 1. Leer uw inwoners nog beter kennen

 

Stap 2.

Opstellen van woonprofielen

Op basis van de verkregen data in stap 1 kunt u specifieke woonprofielen opstellen voor uw gemeente.  Bij onderzoeken over doorstroming op de woningmarkt worden doelgroepen vaak gebaseerd op de huishoudsamenstelling, economische situatie en wooncarrière. Dit geeft denkbeelden dat iedere doelgroep dezelfde woonbehoeften en woonwensen heeft. Echter zijn deze denkbeelden vaak eenzijdig en gebaseerd op stereotypen. Binnen verschillende doelgroepen is vaak een grote variëteit aan woonwensen en ieder huishouden heeft haar eigen woonidealen die overeenkomt met hun leefstijl.  

 

Om een inclusief woonbeleid te kunnen ontwikkelen is het daarom goed om woonprofielen op te stellen. Met deze woonprofielen worden de standaard doelgroepen verder opgedeeld om te kunnen voldoen aan de specifieke woonwensen en woonbehoeften van inwoners uit uw gemeente. De woonprofielen zijn naast huishoudsamenstelling, economische situatie en wooncarrière ook gebaseerd op leefstijl. Omdat woonsituaties ook per gemeente sterk kunnen verschillen, is het belangrijk om de woonprofielen per gemeente te specificeren. 

 

De woonprofielen kunnen worden opgesteld op basis van de verkregen data uit stap 1. Het opstellen van deze woonprofielen kan zowel kwalitatief als kwantitatief worden aangepakt. 

 

Bij de kwalitatieve aanpak wordt de kennis van lokale beleidsmakers aangevuld met de informatie uit de enquête. Hierbij stellen lokale beleidsmakers woonprofielen op, op basis van hun achtergrondkennis over de bewoners. De woonprofielen kunnen dan vervolgens worden gevalideerd aan de hand van de gegevens uit de enquête en/of co-creatiesessies met bewoners. Het voordeel van de kwalitatieve aanpak is dat lokale beleidsmakers het narratief van de bewoners mee kunnen meenemen bij het opstellen van woonprofielen.  

 

Door middel van een clusteranalyse kan op een kwantitatieve manier woonprofielen opgesteld worden die gebaseerd zijn op overeenkomsten in huishoudenskenmerken, economische situatie, leefstijlen en woonvoorkeuren. Een clusteranalyse is het groeperen in clusters van objecten op grond van hun kenmerken. Dit kan worden gedaan door middel van statistische programma's als SPSS of Excel. Het voordeel van de kwantitatieve methode is dat de woonprofielen statistisch representatief zijn. Deze kwantitatieve clusteranalyse vereist echter de nodige kennis over data-analyse en kan ook worden uitbesteed aan specialisten.   

Om doorstroming op de woningmarkt te kunnen bewerkstellingen, zijn instrumenten beschikbaar. Deze instrumenten staan weergegeven in een instrumentenkoffer aan de hand van vier hoofdcategorieën; verhuishulp, bij- en verbouwen, wet- en regelgeving en woonomgeving. Al deze instrumenten hebben het doel om voor iedere bewoner een passende woning te creëren of bereikbaar te maken en kunnen worden onderscheiden in landelijke- en gemeentelijke instrumenten en in instrumenten voor de koop- en huursector.  

De landelijke instrumenten zijn in iedere gemeente van toepassing en per gemeente zal de instrumentenkoffer aangevuld moeten worden met eigen gemeentelijke instrumenten. Inventariseer daarom als gemeente welke instrumenten er bij de gemeente beschikbaar zijn die gericht zijn op het bewerkstelligen van doorstroming.  

 

Daarnaast zijn de instrumenten op de verschillende woonprofielen van toepassing. Het kan zijn dat er per woonprofiel behoefte is aan een op maat gemaakte instrument. Denk bijvoorbeeld aan het instrument ‘Van Hoog naar Laag’, een instrument dat gericht is om minder valide ouderen voorrang te geven op een meer toegankelijke woning. Om invulling te kunnen geven aan deze instrumenten op maat, wordt geadviseerd om samen met bewoners en lokale woonpartners een zogeheten co-creatiesessie te organiseren. Tijdens deze sessie kunnen de behoeften van de bewoners worden vastgelegd en de invulling van de instrumenten worden bepaald.  

 

Stap 3. Invullen en ontwerpen van instrumenten 

3.1 Wat is een co-creatiesessie? 

Een co-creatiesessie is “het op een gelijkwaardig niveau ontwikkelen en verbeteren van beleid en diensten samen met burgers en professionals” . 

Dit houdt in dat inwoners en de lokale woonpartners (mee)beslissen met het kiezen van de juiste instrumenten voor doorstroming en ook bepaalde instrumenten coproduceren. Bewoners zijn belangrijke partners in dit proces, zij zijn immers expert op het gebied van hun eigen behoeften en wensen en zijn uiteindelijk ook degene die de financiële afwegingen moeten maken.  

3.2 Hoe stel je een co-creatiesessie op? 

Van groot belang bij een co-creatiesessie is het gelijkwaardige niveau van ontwikkelen en verbeteren van beleid en diensten. Onderliggend aan de samenwerking met andere actoren is het van belang dat de input van zowel beleidsmakers, als de lokale woonpartners en bewoners gelijkwaardig worden behandeld.  

De sessies kunnen met behulp van een facilitator worden georganiseerd (online of offline) om gelijke inbreng te garanderen. We adviseren om de bewoners per woonprofiel uit te nodigen, om per woonprofiel een volledig beeld te kunnen krijgen van geschikte instrumenten. Tot slot raden wij aan om de online sessies te houden in groepen van maximaal 10 participanten om iedereen de mogelijkheid te bieden inspraak te doen. 

Stap 4. Aanvullen van de instrumentenkoffer

In deze stap wordt de instrumentenkoffer aangevuld met passende instrumenten voor elk woonprofiel die voort zijn gekomen uit de co-creatiesessies in stap 3. De verwachting is dat iedere gemeente andere uitkomsten heeft bij de invulling van de specifieke instrumenten per woonprofiel, omdat de woonbehoeften en woonwensen per gebied zullen verschillen.  

 

De aanvulling van de instrumentenkoffer zal in samenwerking worden gedaan met de lokale woonpartners. Samen zal worden gekeken welke instrumenten haalbaar zijn om verder ontwikkeld te kunnen worden.  

 

Stap 5. Visualiseer de ruimtelijke spreiding

Stap 5 bestaat uit het visualiseren van de ruimtelijke spreiding van de opgestelde woonprofielen uit stap 2. Aan de hand van enquêtevragen uit stap 1 over de woonomgeving van de respondenten, kunnen de woonprofielen worden gelinkt aan een wijk of buurt binnen de gemeente.  

 

Er zijn twee methodes om deze ruimtelijke spreiding te visualiseren. De eenvoudige methode is door in een tabel aan te geven in welke wijken of buurten de woonprofielen voorkomen. Deze tabel komt voort uit de enquêteresultaten van stap 1. Iedere respondent is hierin gekoppeld aan een woonprofiel. Vervolgens kan uit de enquête afgelezen worden waar de respondenten wonen. Deze tabel kan vervolgens worden gekoppeld aan een kaart van de gemeente. Op deze manier kan gevoelsmatig gekeken worden op welke plekken de woonprofielen zich bevinden in de gemeente.  

 

De tweede methode is geavanceerder. Door middel van een geografische analysemethode, zoals GIS, wordt een kaart opgesteld, waarbij de demografische kenmerken van de wijken en woonprofielen over elkaar heen worden gelegd. Geografische informatiesystemen (GIS) zijn informatiesystemen waarmee (ruimtelijke) gegevens of informatie over geografische objecten, zogeheten geo-informatie, kunnen worden bewerkt, geanalyseerd en gepresenteerd. Zo kunnen de locaties van de woonprofielen binnen een wijk met GIS worden geanalyseerd en visueel worden weergegeven. Deze visualisatie geeft een concrete weergave in welke mate de verschillende woonprofielen voorkomen. Het kan zijn dat er in bepaalde wijken een gelijke verdeling is tussen de woonprofielen, terwijl in andere wijken er juist sterk onderscheid in kan zitten.  

 

Op basis van deze visualisatiemethodes kunnen de woonprofielen geografisch zichtbaar gemaakt worden. Deze visualisaties zijn van belang in stap 6 waar de instrumenten gekozen moeten gaan worden.  

 

Stap 6. Kies uw instrumenten

De visualisatie van de woonprofielen laat zien welk woonprofiel het meeste op de desbetreffende locatie voorkomt en waar de ontevredenheid over de woning en de woonomgeving het grootst is. De gemeente kan aan de hand de instrumentenkoffer de juiste instrumenten per woonprofiel kiezen die op de locatie kunnen worden toegepast.  

 

Sommige instrumenten vereisen meer kosten, waar andere instrumenten eventueel makkelijker en goedkoper zijn om te implementeren. Dit zal afhankelijk zijn van de lokale politieke en financiële context. Politieke beleidsstukken, zoals omgevingsvisies, zullen een belangrijke rol spelen in de vormgeving van de instrumenten. Als alle stappen van de handleiding zijn doorlopen, dan zal de gemeente beschikken over een gerichte instrumentenkoffer met betrekking tot doorstroming voor elk woonprofiel.  

 

En wat nu?

Naarmate de krapte op de woningmarkt toeneemt, zal de wens van bewoners om passend te kunnen wonen dat ook doen. Wij van RUIMTELAB hopen dat deze handleiding gemeenten een duidelijk instrumentenkoffer kan bieden dat gerichte doorstroming kan stimuleren. Het innovatieve karakter van de handleiding is hiervoor belangrijk. Door af te wijken van de standaard bewonersstructuren, zoals starter, doorstromer en senior, en te kijken naar de verschillende leefstijlen en wensen van bewoners, kan een gerichte aanpak voor passend wonen uitgedacht worden. Iedere gemeente heeft te maken met bewoners, die elk hun eigen specifieke woonbehoeften hebben. Hierdoor zal het beleid voor doorstroming, dankzij gebruik van de handleiding, goed afgesteld zijn op de wensen van de lokale bewoners. 

 

In een volgende stap zouden gemeenten samen kunnen werken om doorstroming in de regio op gang te brengen. Het probleem van de krapte op de woningmarkt stopt namelijk niet bij de gemeentegrenzen. Wanneer meerdere gemeenten binnen een bestuurlijke regio samen deze handleiding gebruiken, zou er gekeken kunnen worden naar een gerichte aanpak op regio- of provincieniveau. Hiermee wordt een belangrijke extra stap gezet richting meer mensen passend te laten wonen.